Lastenboek van verbouwing St.Martinuskerk (1829)

Door de bevolkingstoename in het begin van de 19°eeuw wordt de St.Martinuskerk te Ronse te klein. Er dringen zich vergrotingswerken aan. In 1823 wordt architect Roelandts uit Gent aangesteld om deze werken te leiden. Hieronder vind je het lastenboek dat door hem werd opgesteld voor de uitbreidingswerken in 1829.
 

Voorwaarde

Waar op zullen worden aanbesteed onder nadere goed-keuring de uittevoeren werkingen tot het verbouwen en vergrooten een gedeelte der parochiale kerk van den H. Martinus  te Ronsse.

Stad Ronsse   Provincie Oostvlaanderen

Vergrooten der Parochiale kerk

Van den H.Martinus

Bestek en voorwaarde waar op zullen worden aanbesteed onder nadere goedkeuring de uittevoeren werken tot het verbouwen en vergrooten een gedeelte der parochiale kerk van den H.Martinus te Ronsse

Dit bestek heeft twee afdeelingen

De eerste bevat de algemene beschrijving der uittevoeren werken, aard, hoedanigheid en getal der benoodigde bouwstoffen, de maak, gewigt en wijze van uitvoering. De twee bevat de algemeene conditien en voorwaarden der besteeding

1°Afdeeling

Algemeene beschrijving der werken

Art 1

De uittevoeren werken bestaan

1.      In de afbraak van het bestaande gedeelte koor, sacristije en kerken, raadkamer als mede den scheijnmuur van den aanpalende tuin, het ontgraven en vervoeren van den overtalligen grond en tuin, alle de daar van voortkomende materialen blijven in vergading van gezeijde werken, d.. dat den aannemer tendur geen vergeld zal bekomen.

2.      In het leggen der fundamenten van alle de nieuwe te maken metselwerken, opstand in uren gewelven separatien enz

3.      In het leveren en plaatsen eene plinthe in met hardsteen of doornijksche zetarduin, rond het gedeelte der onderkerk of krocht, en eene plinthe buiten de kerk gelijkvloers.

4.      Leveren en bekappen, en plaatsen van den Escossinsche bouwsteen

5.      Maken en plaatsen van den timmer en schrijnwerk in eijkenhout, schalenberk en roode memel...

6.      Levering en plaatsen van ijzer en loodwerken

7. Beglazen der vensterramen en verfwerk

8. Bezet en plakwerken, trekken der kroonlijsten kapitalen en pedasters in pleister

9. En het leijwerk

Art 2

Metzelwerken

De metzelwerken bestaan in de hier onder beschreven gedeelten. Leggen der fondamenten zoo van de zijde …,agterger.. en binne muren van het ondergedeelte of  krocht der kerk t’zaam dien door dander gemeten een omtrekkelde lengde van 130 ellen 1,50 hoog en 1,20 dik. De twee gedeelte muur der zijgevel gelijk vloers met de kerk t’zaam lank 18 ellen, hoog 3.50 op 0.72 dik. De agtergevel tusschen de kerk en krocht lank 11 ellen hoog 4.80 en 0.72 dik. De gedeeltens buitenmuur onderde kerk vergaderkamer en sacristije na aftrok der opening lank 16 ellen hoog 4.80 en 0.72 dik.

Agtergevel van den koor lank 12 ellen hoog 4.80 en 1.00 dik. De twee gewelven boven de vergaderkamer en sacristije t’zaam 12 ellen lang 6 ellen breed 0.36 dik Het gewelf onder den koor of middendeel der krocht lang 8 ellen 8 ellen breed dik 0.36 duimen.

Opstands muren gelijkvloers met de kerk

De buytenmuren der sacristijen vergaderkamer lang 21 ellen hoog 5.70 en dik 0.36 den omloop van alle de opstands muren der kerk en koor ter hoogte der alve ronde vensters t’zaam lank 96 ellen hoog 7.40 en 0.72 dik.

Alle de gedeeltens muren van aan de alve ronde vensters tot boven. De gewelven t’zaam lank 46 ellen hoog 2.50 dik 0.72 d. De drij bovenste gedeeltens van den koor genomen van boven de vensters gewelven tot aan de strekkende kroonlijst lank 22 ellen hoog 3.40 en 0.72 dik.

De drie driehoekige gedeeltens de hellinge van het dak, zoo boven den koor als boven de plaats der zijde altaren t’zaam lank 21 ellen hoog 1.50 en 0.48 dik. De twee driehoekige gedeeltens boven de venster-ramen der zijde vleugels t’zaam lank 17 ellen hoog 1.10  0.48 dik

Alle de gedeeltens der schrijde muren tusschen de bestaande kerk en aan te bouwen gedeeltens t’zaam lank 21.80 hoog 3.30 en 0.48 dik.

Gewelven

De zes ribbe gewelven rustende op de kolommen en buiten muren t’zaam 80 ellen lank, breed 2.20 en 0.30 dik. De vijf vakken der kerk gewelven t’zaam lank 30.40 breed 9.30 en 0.16 dik. Het gewelf van den koor lank 9.30 breed 9.30 en 0.16 dik. De twee gewelven der sacristije en vergaderkamer lank 14 ellen breed 7 ellen 0.16 dik

Art 3

De te gebruiken …steen zal moeten zijn de best in zijn soort, wel gevormd goed doorbakken digt van stoffe, klinkende niet verbrand, zonder wanbak en doorgaans van den klaar-bruin kleur, en zal niet minder mogen hebben als 23 duim in lengte 11 D. breedte op 05 d.dik houdende. Onderling dezelve maate tot bekomen van een goed verband.

voor de beenen en schoten der schoorsteenen en bewerken derzelve, zonder vergeld als zijnde begrepen in de massie der werken. De Ruppelmondsche platten papesteen zal zijn van de beste kwaliteyd wel gevormd, vlakhaard, klinkende en goed doorbakken niet gekloven of gebrokken hebbende ten minsten 21 d. lengte 10 d. breedte  05 dik. Den boomsteen zal zijn wel gevormd van goede aarde en gelijk doorbakken van eenen dezelfde vorm hebbende 19 lengte 9 breed en 4 dik

Art 5

Den moortel voor alle de funderingen opstandsmuren en gewelven zal zijn vervaardigt in een bak daar toe bestemd en beslagen worden op steenen vloeren, zij zal t’zaamen gesteld worden uit de beste doornijksche kalk niet vervloogen, en op het werk gebluscht en zonder met eenige vrimde stoffie vermengt te zijn, het zand zuiver en scheerpe, de mengeling zal bestaan twee vijfde deesen kalk en drie vijfde zand wel doorvrogt met weijnig water, acht dagen op voordeel gemaakt en dan wederom bewerkt ter voldoening van den opzigter.

De aarbeiders in het kalk-hok zullen niet anders als in dag geld betaald worden. De sleutels van de kalkkok moeten aan den opzigter behandigt worden. Alle bovenstaande bepalingen beschreven moeten nauwkeurig vervolgt worden, op boete van 50 guldens voor ieder overtreding welke zal worden geconstateerd.

Art 6

Voor de opgaande muren zullen de lagen een voor een gelijk vlak en volkomen waterpas strekkende doorgemetseld worden., met dunne voegen vol in den moortel gedrukt, in goed knijtverband gewerkt, de draden nauwkeurig spannen, de noodige mollen naar op de voegen geteekend staan maken en stellen, in het metselwerk is begrepen, het voegen met den voeg spijken. Den aannemer is gehouden het metselwerk van vier tot ..lagen behoorlijk met water te begeeten, boven de verpligtiging de steenen genat te verwerken. Ten einde de noodige soliditeijd te geven aan dit belangrijk deel der werken is den aannemer verpligt de sleutels van alle de … op hunne geheele hoogte 

Referentie

* Dit lastenboek kan (veilig) gedownload worden op :www.dropbox.com/s/ju7ka2f1d2hxgkn/Voorwaarde1829.pdf?dl=0

* Met dank aan Paul Carteus voor het ‘vinden’ van deze papieren,  digitaal op

http://adore.ugent.be/view/archive.ugent.be:D7AA8E6A-AC42-11DF-8F26-341A79F64438

* 1 el = ong.70cm

WORDT VERVOLGD.....7/23